In haar slaapkamer, priemde

ze mijn lievelingskorst open

Totdat de wond wijd genoeg was

om er haatliefdesverklaringen in te bewaren

Iets over de een de ander de huid vol schelden

De wond groeide dicht tot een breekbaar raam

waarin ze soms naar haar reflectie zoekt

Ik denk dat ze mijn verroeste scharnieren bewaart

om zelf over te struikelen

Ik denk dat ze zich om mijn muren sluit

als een hand die gebald word tot vuist

Het is vanzelfsprekend, geloof me maar

dus ga ik in foetushouding voor haar hand liggen

Ik ben bang dat ze me ziet stagneren

of de wond dichtschroeit met haar aansteker

Dan ze wrijft net zo lang tot mijn nieuwe weefsel rijp is

en baby roze gloeit