Ik hield een uitvaart voor de keren
dat je achterom keek
voor mijn zere hielen en
voor je handdoek aan mijn deur
Mijn lijf heeft niets aan een fantoomafscheid
het brandt nog voor een ruggengraat, een mondhoek
Ik wenste voor iets anders met de wimper op je wang
iets waarvoor niemands adem hoefde te stokken
niemand hoefde te zoeken
naar een hapering in een stem
We lopen af, lief
Wees een vreemdeling,
een dwaler of een rooksignaal
Kringel rond het ontmoetingspunt
dat je van mij hebt gemaakt
Er moesten maar eens dagen overheen gaan
Het lichaam is nog warm