De zeven bekentenissen van Eva

67

Ira (Toorn)

Elisa Ros Villarte

Vergeef me Vader, want ik heb gezondigd…

Tegen mijn Tinderdate heb ik gezegd dat mijn vader vorig jaar overleden is aan een hartstilstand.

Kun je rouwen om iemand die niet dood is?

Elke keer als mijn moeder, zus en ik achter elkaar naar het verpleegtehuis fietsen, voelt het als een rouwstoet. Ik haat het om op bezoek te gaan, want ik wil de lopende, zachtaardige, pratende vader onthouden. Telkens moet ik de neiging onderdrukken om hem uit zijn lijden te verlossen. Zijn kleren ruiken naar die van een dreumes: gemakkelijk te kauwen voedsel en desinfectiemiddel gemengd met een vleugje urine. Zijn oude huiselijke geur is verdwenen: traditionele paella gemengd met AXE Dark Temptation en een vleugje tabak.

In de dichtstbijzijnde Mariakapel steek ik een kaarsje op zonder te weten waarvoor. Het Mariabeeld met kindje Jezus doet me denken aan mijn zus, die me een foto had geappt van haar zoontjes: de een met een snotneus en de ander met rode wangetjes door tandjes die maar niet door willen komen. Ze droegen dezelfde elfenmutsen (al voor de kerstkaart van volgend jaar). Ik stuurde een hart-emoticon, en wenste haar slaap toe.

Bij mijn moeder thuis hangt boven de bank een foto uit mijn vaders collectie: een maansikkel van ijs. Tegenwoordig doet me die denken aan de wazige foto’s op mijn vaders camera, die een afspiegeling zijn van zijn achteruitgang. Zojuist viel hij tegen me uit toen ik een mier van zijn tekening afsloeg. De tekening leek op die van een driejarige. Vroeger had hij dat geen kunst gevonden, laat staan zo tegen me geschreeuwd alsof ik hem mishandelde in plaats van het insect.

Als ik door de stapel met papieren op de bijzettafel blader, kom ik meermaals post aan hem geadresseerd tegen: ‘Voor de Heer Ros’ of ‘Aan de bewoners van’ – het nieuws dat hij hier niet meer woont, is niet doorgekomen. Vaderdag, verjaardagen en landelijke feestdagen zijn het lastigst. Er ontbreekt steeds een bord met Chinees eten, waardoor het moeilijk te negeren valt.

Hij is slechts 2.063 meter verderop, maar kan net zo goed op een andere planeet wonen. Ik ben jong, 25, en rouw wat te vroeg – zonder dat iemand het weet omdat er geen lijk of begrafenis is om het te bewijzen. Hierdoor voel ik me schuldig, want hoe leg je uit dat je iemand hebt doodverklaard, terwijl diegene nog ademt?

De tweede fase van rouw is woede. Mijn oma was echt oud. Het is altijd schrikken als het eenmaal zover is, maar uiteindelijk is het goed zo – of in de woorden van Disney: it’s the circle of life. Nu ben ik alleen maar boos op de mais die groeit zonder het licht van zijn flits, boos op de schaduw van zijn fiets die ontbreekt, boos op de wind waarin zijn woorden niet meer duidelijk klinken. Ik haat de foto’s die hij heeft gemaakt, omdat hij er zelf niet op staat en heb een hekel aan de sprookjes die hij me vroeger voorlas, omdat die nooit eindigden met ze leefden nog ziek en ongelukkig. Dan had ik liever willen horen hoe hij tijdens het regime van Franco in de gevangenis belandde en spoedig ontsnapte.

Ik ben gewoon woedend op alle kleine en grote gemiste momenten die zijn geweest en zullen komen: boos dat ik zijn geklap moest missen bij mijn toneeluitvoering en diploma-uitreiking, boos dat als ik later ooit kinderen krijg ze hem niet als opa zullen hebben. Boos dat hij de kinderen van mijn zus heeft mogen ontmoeten, maar ze niet zal zien opgroeien – en dat hij wel de partner van mijn zus heeft leren kennen, maar haar niet kan weggeven bij het altaar. Zelfs boos dat ik nooit meer hoef te zeggen dat hij de tuindeur moet sluiten vanwege de rook.

Daarnaast ben ik boos op de tabaksindustrie die aan zijn dodelijke verslaving flink verdient, op de dokters in het ziekenhuis die geen diagnose of geneesmiddel hebben gevonden, en op de verpleegsters in het verpleegtehuis die hem vergaten, nadat hij had gerookt, waardoor hij buiten onderkoeld raakte. Maar vooral op mijn vader omdat hij niet gezonder leefde of beter Nederlands sprak of gewoon vaker hier was. In mijn nachtmerries is hij de schuldige, degene die niet aan de elektrische sigaret wil of niet zijn medicijnen inneemt. Degene die ons allemaal wakker houdt met zijn manische buien.

Aangezien hij niet in de buurt is om mijn woede op af te reageren, ben ik boos op mijn zus en moeder. Omdat zij er anders mee omgaan dan ik, het anders zien dan ik, maar zich waarschijnlijk hetzelfde voelen als ik.

Mijn zus heeft als parttimehuisvrouw twee hummels en een bruiloft op de planning staan (naast een derde kind met bijbehorende zwangerschapshormonen). Ze manifesteert het geslacht met een doopsjurk, roze strik en flamengohakjes in maat 16. Ze doet aan zwangerschapsyoga, heeft een geüpdatet geboorteplan inclusief fotoshoot en gaat alleen nog naar cafés met een speelhoek.

Mijn moeder zit overspannen thuis als ex-mantelzorger genderneutrale babyoutfits te breien en knuffels te haken voor het volgende kleinkind. Ze kan zo een eigen babywinkel starten. Als er op Vinted een lading ongedragen babykleren- en schoenen te koop wordt aangeboden, denk ik meteen aan een overijverige oma. Ik lieg als mijn moeder aan de telefoon vraagt hoe het gaat en raak gefrustreerd als ze niet begrijpt dat ‘goed’ het tegenovergestelde betekent.             

En ik doe gewoon alsof er niets aan de hand is.

Na het uitgaan vertelde een vrouw van ongeveer mijn leeftijd over het overlijden van haar vader een paar jaar geleden. En het patatje joppie op mijn schoot werd zo doorweekt, alsof het over mijn eigen vader ging. Dus licht aangeschoten loog ik vanaf de stoeprand: ‘Wat toevallig, mijn vader is ook…’ Hij zou nu vast heel erg trots op me zijn.

Sindsdien vertel ik tegen semi-vreemden over mijn rouw, een erg geschikt gespreksonderwerp voor een eerste Tinderdate. Al spreekt iemands reactie hierop boekdelen. En vreemd genoeg lucht het uiteindelijk op, is dat niet ziek?

—————————————————————————————————————–

Wat vervelend voor je, sterkte.