hoe moet ik zeggen dat ik het weet als ik
je haar zo zie vallen op je schouders
de gordijnen mogen nu wel open
ik heb gedroomd van alle mannen wiens rouw ik mocht opdoeken
er liggen nog pogingen in het vriesvak naast mijn bed
en als ik uit het raam kijk kan ik ons geen beeld geven
er zijn zwanen die er weken mee rondlopen
we bestaan, buiten
er zijn mensen zoals wij en we zijn ze niet
mijn slapende lichaam lijkt het te weten
ik heb een toekomst bedacht die ik niet kan zien en geen beeld kan geven
smeltwater, mijn sokken soppen als ik het bed uit stap
ik spaar handleidingen van wekkers maar ze belanden
altijd in het water
en in geen ervan staat hoe ik je moet zeggen dat ik
het weet
als ik je haar zo zie vallen op je schouders
en je wijst
naar het nest op Eendrachtsplein