De ganzen dalen, vouwen de hoogte dicht
Je leert hoe te vliegen
door vergeten te vallen
Veren te dragen 
in de breuk van de adem
 
In zijn littekens zie je vederwolken
Je vingers traceren de lucht
achterstevoren
 
Wacht je in de zoom van later
in het water had je ook een hemel-
lichaam kunnen zijn als daarboven
Je drijft omdat zijn hand 
onder je schouderblad, teder
 
Dan daal je neer en de hemel draait zich
om in een ogenblik
Hij vraagt je of je je kunt bevrijden
van wat je bent geweest 

Onthecht jezelf van het verhevene
bevindend in de naad van neerwaarts 
Jouw warmte tussen zijn ogen en bovenlip