een geïsoleerde witte kamer, te lang en onterecht gebruikt
de doorzichtige vloeistof, drugsfeestje, neonkleuren en
daarna onderweg, het gordijn voorbij de tuin in
mieren klimmen via je broekspijp omhoog maar je kijkt
naar de bomen en ziet wat Van Gogh zag, dikke streken
rechtstreeks uit de tube aangebracht, je laat de mieren lopen
Toy Story wolken glijden boven het tollende gras voorbij
de hele blauwe kamer krult zich op en vouwt zich weer uit
je probeert met het ritme mee te ademen en
bijna lukt het, je denkt dat je flauwvalt
caleidoscopische inktvlekken knappen voor je ogen
en voor het eerst praat je achterstevoren
kets je stenen terug de mist in, het kleurt de ruimte rood
ooit wilde je plat en zocht je brand
nu hoop je op anders, een ander, verstrengeling
eigenlijk zoek je iets van jou, iets dat ondanks alles
stilstaat
een GGZ-medewerker houd je hand vast
weert zo alle rigide neerwaartse patronen
elk ondragelijk woord slingeren jullie samen
met krijt in grote ronde halen over bakstenen muren
en bomen
ze stopt een pluk haar achter je oor, stapt dichterbij
fluistert over een afgrond gevuld met zonnebloemen