Vijf irreële angsten gevangen en ontleed

55

Fotoalbum

Anouk Bosch



Ik zit aan onze ronde eettafel. Het blad is rijk bezaaid met foto’s, slordig en ongeordend als de gevallen bladeren in een herfstbos. Tussen de afdrukken ligt ook een tubetje secondelijm, een dikke prittstift en een paar scharen. Ik laat de foto’s door mijn vingers glijden.

Deze momenten zijn van mij. Ik heb ze midden in hun vlucht uit de lucht gegrepen, vast geklemd in mijn knuisten. Ik heb ze afgedrukt en ga ze nu als dode vlinders vastpinnen, ze laten contrasteren met een smetteloze ondergrond. Alsof ik aan mezelf wil bewijzen: ik heb gefladderd en gezweefd.
 
De meeste foto’s zijn van wegwerpcamera’s. Op de achterkant staat schuin gedrukt een datum, onverbiddelijk. Ik glimlach, voel een tinteling in mijn buik die ergens tussen blijdschap en weemoed in blijft zweven. Mijn gedachten dwalen af naar Johan Huizinga. De faculteit waar ik studeerde is naar hem vernoemd. Een groot gedeelte van de mensen op deze foto’s ontmoette ik daar, tijdens mijn studie geschiedenis. Huizinga bedacht de term historische sensatie, ‘een gevoel van onmiddellijk contact met het verleden’. Een gevoel dat hartstocht voor het verleden stimuleert.

Het is een gevoel dat ik als een deken om me heen wil slaan. Ik wil er helemaal in wentelen als een varken dat in volle overgave rond rolt in een modderbad. Vroeger was het gras groener. De mensen waren leuker, de muziek mooier, de zomer duurde langer. De tijd was toen rijker, dikker, trager. Die plakkerige zoete langzame dagen waarin we eindeloos in de zon zaten. Elke minuut goedgevuld, dik en donzig als dure kussens. En we lachten. Altijd. We lachten altijd. Er was niemand die ons van onze lach kon beroven. We stelden onze lens erop scherp, lieten onze tanden flikkeren in het licht van de flits.

Ik sorteer mijn foto’s op datum en plak ze in mijn album. Met een dikke zwarte stift schrijf ik de jaren en dagen erbij. Fotograferen is conserveren. Het vervult de diep gekoesterde wens om vluchtige momenten lang houdbaar te maken. Met een verrukkelijk mechanisch geluid wordt de herinnering stilgezet. Die klik is de klank van weerstand. Het is het geluid van een knop die grip weet te vinden op de tijd.

Met mijn foto’s in mijn handen weet ik: gisteren kwam alles goed.

Hoe banger ik ben voor morgen, hoe liever ik naar vroeger kijk. Niet omdat ik echt geloof dat alles toen beter was, maar omdat ik kan zien, haast tastbaar, wat goed en veilig is geweest. Ik geef mezelf een illusie cadeau. De illusie dat ik het verleden kan vasthouden en tegen me aan kan drukken. Dat alles wat ik koester samen te vatten is in een plakboek – een heel leven bijeengehouden door prittstift en fragiel ogende ringbanden. En dat als ik alles goed genoeg aandruk, het blijft zitten tot in de eeuwigheid.