de waanzin wordt door licht omkaderd
er staan bouwlampen gericht op de lichamen
van de waanzinnige vrouwen
vitale organen de neonsterren
die voorheen met kleefgum
op hun plafonds hingen
aderen snelwegen
in de ring rond grote steden
alles raast
zelfs hun zwijgen raast onverstoord voort
de vrouwen richten hun borst
naar de lage zon boven het recreatieveld
waar de gesloten instelling op uitkijkt
reiken me dan hun handen toe
in hun palmen brandt fel licht
waarin licht waarin licht