Tijdens de afgelopen Vuurlanddag namen alle Vuurlanders een foto mee en gaven die door aan elkaar, zonder erbij te vertellen wat het verhaal bij de foto was. In deze reeks lees je welke teksten ze bij de voor hen onbekende foto hebben geschreven. Deze week het laatste deel: Emma Stomp schrijft een verhaal bij de foto van Lelie Danesh.
*
De priester
Chloë was diegene van hen tweeën die zich had ingelezen, de geschiedeniswebsites aandachtig had bestudeerd en zich verdiept had in het oude schrift. Ze kende de namen van de vier Achaemenidische vorsten die op de archeologische vindplaats lagen begraven, wist dat hun graven in de loop der tijd door plunderaars waren leeggehaald. Aan de gids had ze vier keer gevraagd hoe je Naqsh-e Rustam precies uitsprak tot de twee woorden vanzelf over haar tong rolden. Tara was diegene die er achteraan slofte. Ze waren om zes uur ’s ochtends met de bus vanuit Persepolis vertrokken om op tijd op de vindplaats te zijn, maar het leek deze vakantie niet uit te maken hoe vroeg ze ergens heengingen. De zon ging toch wel haar eigen gang, brandde je toch wel weg als ze er zin in had.
Terwijl Chloë enthousiast naar de Sassanidische bas-reliëfs wees, naar de graven in de vorm van enorme kruizen en de hoge rotsen die boven hen uittorenden, sloot Tara een paar seconden haar ogen. Ze wist dat ze hier onder de indruk van moest zijn, dat ze op een van de meest bijzondere plekken in Iran waren, dat dit het hoogtepunt van hun reis was. Later zouden ze waarschijnlijk de foto’s op hun telefoon trots aan vrienden en familieleden laten zien. Ze zouden het verhaal zo construeren tot het leek alsof er op allebei hun armen kippenvel had gestaan bij het zien van de bijzondere reliëfs uit 226. Maar de waarheid was dat het Tara eigenlijk niet zoveel deed. Ze verlangde naar een glas cola met ijsklontjes. Het groepje fotograferende toeristen liep honderd meter door, achter de gids aan, zich ondertussen koelte toewuivend.
En toen was daar ineens het laatste reliëf. De gids legde uit dat er een hogepriester stond afgebeeld, genaamd Kartir, die bezig was een inscriptie te schrijven, maar zijn woorden leken te verstommen. Tara voelde hoe er een koude windvlaag langs haar heentrok, al brandde de zon nog even fel als net. De woorden op het reliëf begonnen haast licht te geven en ze kon niet anders dan ze opzeggen. Het was alsof er een onbekende stem tegen haar sprak. Ze wist niet precies wat ze zei, alleen maar dat er een stem in haar hoofd was die het haar influisterde en dat ze niet anders kon dan dat ze vertellen. Ze geloofde dat het over God ging.
Toen ze klaar was voelde ze hoe twintig paar ogen naar haar staarden. De wind was gaan liggen. Plotseling had ze het weer snikheet.
‘That was exceptional,’ hoorde ze de gids zeggen. ‘I never had someone in my group who could speak Pahlavi.’
Tara voelde het schaamrood naar haar wangen stijgen, ze schudde een paar keer haar hoofd.
‘I don’t,’ zei ze zachtjes.
Chloë bleef haar aanstaren terwijl ze het pad vervolgden, de gids hen bedankte voor hun aandacht.
‘Zie je wel dat je ook een geschiedenisnerd bent, liefje,’ zei Chloë terwijl ze een arm om Tara’s schouder heen legde.
Tara wierp nog een blik achterom. Ze zou zweren dat de priester op het reliëf naar haar knipoogde terwijl ze hem een laatste blik toewierp.
